Fan van F.C. Groningen
Nieuws

Dies Janse ontwikkelt zich prima in Groningen

Eén van de hoogtepunten van verdediger Dies Janse dit seizoen is zijn uitverkiezing bij Jong Oranje. De twintigjarige verdediger van Ajax deelt zijn ontwikkeling op huurbasis bij FC Groningen. ‘Je zult zoiets nooit meer ervaren.’

Dit verhaal komt uit het VI-weekblad.

Daar arriveerden de vijf musketiers uit Groningen: Thom van Bergen, Thijmen Blokzijl, Tygo Land, Jorg Schreuders en Dies Janse. Ze hadden samen een busje georganiseerd om vanuit het noorden naar Zeist te reizen voor de gezelligheid. FC Groningen is de leverancier van dit Jong Oranje, niet Ajax, Feyenoord, PSV of AZ. ‘Het was opnieuw erg gezellig onderweg’, zegt Janse, die er zelf pas voor het eerst bij is. ‘Het verliep zoals gebruikelijk: wat ouderwetse activiteiten, wat spelletjes, maar nu ook even vanuit mijn perspectief: Hoe gaat het daar aan toe? Een beetje voorbereiden, om het zo te zeggen.
Dies Janse realiseert zich dat het een unieke situatie is ‘Ik was het in de jeugd wel gewend om vanuit Ajax met meerdere jongens te komen, dus voor mij is het niets nieuws. Maar voor FC Groningen is het natuurlijk wel iets groots, dat je hier met vijf man sterk bent, en dat maakt ons dan ook weer trots’, vertelt de verdediger, die dit seizoen op huurbasis in de Euroborg speelt.

Voor Janse, die afgelopen zomer de Europese titel veroverde met Oranje Onder-19, is het opnieuw een belangrijke stap, zijn debuut bij Jong Oranje. ‘Uiteraard ben ik jeugdinternational geweest bij Onder-16, Onder-17, Onder-18 en Onder-19. Toch is dit weer een andere zaak. Je merkt dat de mensen om je heen allemaal iets groter en beter zijn; sommigen spelen al in de Champions League of in Europa, wat iets anders is.

Hoe beschrijf jij je seizoen tot nu toe?
‘Eigenlijk wel erg goed. Ik ben blij dat ik heel veel mag spelen en daarnaast leer ik ook gewoon van alle momenten daarbuiten. Dus in de trainingen, maar ook in de fysieke en mentale ontwikkeling. Voor het eerst op jezelf wonen, daar ben ik eigenlijk wel heel blij mee, hoe dat allemaal gaat.’

Wat is je belangrijkste ontwikkeling geweest?
‘Poeh, lastig om één ding te noemen, maar het is toch je eerste echte ervaring met de Eredivisie en week in, week uit spelen. Vorig seizoen heb ik bij Ajax natuurlijk ook een aantal potjes mogen spelen, dan leer je: Oké, zo gaat het eraan toe. Maar dit is echt weer de volgende stap, iedere week moeten presteren.’

Na je laatste jaar bij Ajax, was je daar aan toe?
‘Ja, want het was een seizoen dat je er een beetje tussenin zit, dat is lastig. In het begin is dat nog leuk, want dan is alles nieuw en alles bijzonder, maar op een gegeven moment wil je weer uitgedaagd worden. Wat dat betreft is deze stap een heel goede geweest, omdat ik mezelf heel goed kan blijven uitdagen en nu dan ook hier bij Jong Oranje mag zijn.’

Welke belangrijke les heb je dat seizoen van Farioli opgedaan?
‘Het is niet per se één les, maar hij was heel scherp op de details. Dus als het dan gaat om druk zetten, aan welke kant van de man je staat, dat zijn dingen waar je nu nog steeds profijt van hebt. Of als het gaat om een een-twee verdedigen, dan moet je altijd zorgen dat je degene die de bal inspeelt afblokt, zodat die niet kan doorlopen. Zulke kleine dingen, daar was hij heel scherp op, en dat neem ik nu nog steeds mee.’

Je fysieke ontwikkeling zoals je zei waar zit dat in?
‘Vooral in een stukje agility, wendbaarheid, eigenlijk. En ook: je bent wel lang, maar dat wil niet zeggen dat je sterk bent. Dus daar heb ik ook wel stappen in gemaakt. Ik ga richting de 95 kilo, dus ook in die data zie je wel een stijgende lijn. En dat je dan niet inlevert op je snelheid, dat is een goed gevoel.’

Wat is het verschil met de zomer van vorig jaar?
‘Toen was ik gewoon nog een ielig mannetje, ik kwam vanuit de jeugd natuurlijk. Nu ik echt een seizoen week in, week uit aan het voetballen ben, merk je ook gewoon aan je body dat je sterker wordt. Hoeveel precies, dat kan ik wel even voor je checken. Op 2 mei 2025, zat ik nog op 90,5 kilo, dat lees ik hier in mijn notities, op m’n telefoon. Gewicht, lengte, vetpercentage, dat schrijf ik iedere ochtend even op, om er een beetje mee bezig te wezen.’

Wanneer we het hebben over mentale ontwikkeling, waar bevindt de groei zich dan?
‘Eigenlijk vooral een stukje volwassen worden, voor het eerst op jezelf wonen, hoe deel je je dag in? En voeding, hoe ga je daarmee om? Want ik heb altijd thuis gewoond, en bij Ajax in een gastgezin. Dan wordt er toch vaak voor je gekookt en een beetje voor je bepaald. Nu moet je daar zelf keuzes in maken en onderzoeken wat het beste voor je is. Daarin leer je dan ook weer veel. Wat wel helpt, is dat we bij Groningen een groepje van acht à negen jongens hebben, waarmee we heel veel optrekken. Dan gaan we golfen bijvoorbeeld, of soms naar het terras of met z’n allen bij iemand thuis eten. Dat is best bijzonder, ik denk dat je dat nooit meer mee gaat maken.’

Bij Ajax-verdedigers wordt er ook veel aandacht besteed aan de opbouwende kwaliteiten; hoe beschouw je dat?
‘Je probeert daar als door Ajax opgeleide verdediger natuurlijk je rol in te pakken. Want voor mij is dat ook gewoon een heel belangrijk deel in het voetbal: tegenstanders uitspelen. Bij Groningen willen we ook domineren en daarin is een voetballende centrale verdediger gewoon heel belangrijk, om de rust te houden en de juiste oplossingen te vinden. En ik moet zeggen, aan het begin van het seizoen vond ik mezelf nog relatief safe spelen, dus wat vaker een breedtebal en even wat rustiger aan doen. Maar de tweede seizoenshelft probeer ik wat meer door de linies te spelen, of dan weer een crosspass, of indribbelen. Daarin moet je gewoon goed de afwisseling in vinden, dat gaat steeds beter.’

Onlangs maakte je daar precies het onderscheid tegen Ajax. Je was betrokken bij twee doelpunten: één door overtuigend in te dribbelen en één door een uitstekende steekpass de assist te geven.
‘Ja, in een wedstrijd ben je natuurlijk vaker op zoek naar dat soort momenten. Ik heb hem ook vaker gespeeld dat hij niet werd afgemaakt, dus het was net een momentopname. Maar het is wel toevallig dat het precies tegen Ajax gebeurde, ja. Thijmen (Blokzijl, defensieve partner bij Groningen, red.) is daar ook heel sterk in. Als je hem een bal inspeelt, dan zie je gewoon de rust van hem afspatten. Dat is gewoon heerlijk, dat we dat van beide kanten kunnen doen.’

Je vocht in de wedstrijd tegen Ajax ook prachtige duels uit met Wout Weghorst die de afgelopen zomer nog je ploegmaat was, hoe vond je dat?
‘Ja, eigenlijk gewoon leuk. Wout is een prima gozer en ik kan het goed met hem vinden. In zo’n wedstrijd zoek je natuurlijk een beetje de grens op, dan komt er wat emotie bij kijken. Maar dat is alleen maar goed, denk ik. Volgens mij was het achteraf allemaal alweer prima, het gebeurt allemaal met veel respect.’

Je beschreef jezelf zojuist als 'een verdediger die door Ajax is opgeleid'. Denk jij ook dat je een typische verdediger van Ajax bent?
‘Even denken, wat vind jij een typische Ajax-verdediger?’

Traditioneel gezien kan het misschien zo worden samengebracht: een verdediger die vooral in zijn opbouw uitblinkt, in plaats van een simpelweg mandekker.
‘Ik snap wel wat je bedoelt. Ik heb vanuit de Ajax-opleiding geprobeerd daar zoveel mogelijk in mee te pakken, maar misschien ben ik van mezelf niet dé typische Ajax-verdediger. Maar om heel eerlijk te zijn, interesseert zo’n stempel me eigenlijk helemaal niets. Ik probeer gewoon de beste versie van mezelf te zijn, met m’n lengte, m’n fysiek en duelkracht in combinatie met dat voetballende vermogen. Ik hoop eigenlijk gewoon een eigen stempel te creëren: Dies Janse, die kan goed voetballen en die kan goed verdedigen.’

Welke bijdrage levert FC Groningen trainer Dick Lukkien aan jouw groei?
‘Deze trainer geeft je de rust en de kans om je te ontwikkelen. Daarin is hij ook gewoon heel duidelijk: goed is goed en slecht is slecht. Dus als er een beeld is waar ik niet genoeg contact heb met mijn man, dan krijg ik dat te horen. En als ik in de opbouw goed door de linies speel, dan krijg ik dat ook te horen. Het is gewoon heel fijn, als je een aantal handvatten krijgt, waarin hij aangeeft: dit wil ik graag zien van m’n team, en voor de rest ben je vrij. Ik ben nog jong, dus ik heb nog zat punten die beter kunnen. Dat stukje agility, waar we het net over hadden, want ik ben 1,96 meter lang. Ik wil lekker kort op een beweeglijke nummer 10 kunnen zitten, maar ook snel de diepte kunnen wegnemen. En de startsnelheid, het wegdraaien, maar ook: rechterbeen, onvoorspelbaar blijven. Zo blijf je eigenlijk altijd bezig.’

Wat is de relatie met Ajax? Houdt de club toezicht op jouw ontwikkeling?
‘Nou, ik heb daar natuurlijk ook gesprekken gehad over de punten waar ik aan moest werken. Sinds ik bij Groningen ben, is er af en toe nog wel wat contact, bijvoorbeeld een appje als ik een goede wedstrijd heb gespeeld, ofzo. Niet heel veel meer, maar ik moet eerlijk zeggen: dat is voor mij ook genoeg. Want je bent op zo’n moment ook gefocust op je club. Ik krijg bij Groningen genoeg ontwikkelingspunten aangereikt, waar we heel hard aan werken. Als Ajax daar dan ook nog eens bij komt met vijf of zes andere punten, dan kan dat ook verwarrend zijn. Ik ben heel blij met de duidelijkheid van Dick Lukkien, en we hebben ook nog Jos Hooiveld erbij, dat is ook een specialist in z’n vak. Dat zeg ik nu wel, maar dan krijgt hij weer een aantal veren in z’n... haha. Daar moet je mee oppassen bij hem! Maar ook met hem zijn we constant bezig, dus dat is fijn.’

Komende seizoen basisspeler zijn bij Ajax 1 is dat je doel?
‘Goh, ik moet zeggen, er zijn nu nog zes competitiewedstrijden, nu twee interlands met Jong Oranje. Dus ik vind het altijd lastig vooruit kijken. Deze interlandperiode en die wedstrijden zijn ook gewoon heel belangrijk voor hoe je gevoel is als je straks terugkomt. Want ja, in de voetballerij kan het zo snel gaan. Je ziet het ook bij Stije (Resink, red.) bij ons, je kan ineens geblesseerd raken. Ik heb er nog niet echt iets over gehoord vanuit Ajax, maar ik ben daar dus ook niet zo mee bezig. Ik wil me gewoon lekker focussen op die zes wedstrijden bij Groningen. We gaan volle bak voor die play-offs, daarna zien we het wel.’

Het kan ook snel andersom gaan; Youri Baas kwam terug van een huurperiode bij NEC en veroverde meteen een basisplaats.
‘Ja, goed, Youri is daarin natuurlijk een mooi voorbeeld. Maar ook in zijn spel, hij doet het geweldig, vind ik. De rust die hij heeft, daar leer ik ook gewoon van. Het is een mooi traject dat hij heeft belopen, maar zo heeft iedereen zijn eigen pad naar het hoogst haalbare.’

Twee jaar geleden wilde Bundesliga club Bayer Leverkusen je graag hebben, daar had je ook voor kunnen kiezen?
‘Ja, dat voelt alweer lang geleden! Eigenlijk denk ik daar niet meer echt aan terug. Die interesse is geweest, bepaalde keuzes gemaakt en weer door. Natuurlijk kun je weleens visualiseren: Hoe was het geweest? Maar daar koop je niks voor. Dus, lekker weer ogen vooruit en gaan. Dat is een hele eer als zo’n club zich meldt, maar ik heb het niet gedaan en een ander pad bewandeld.’

Je bent in ieder geval niet meer de enige Eredivisie speler in jullie familie.
‘Ja, mijn broer Rijk mocht vorige week invallen bij NEC! Een heel mooi moment voor onze familie. We waren gespannen, niet normaal! Echt bijzonder. We hadden het ook niet zien aankomen. Zij speelden natuurlijk om 12.15 uur en wij pas later op de dag. Mijn ouders wonen in Zeeland, maar ze waren bij mij in Groningen. De vriendin van m’n broer zat daar natuurlijk wel in het stadion, dus we kregen al een appje van haar: “Rijk moet nu al warmlopen!” Dus wij dachten: Wat gebeurt daar allemaal? Gelijk de televisie aan, en toen zagen we Jasper Cillessen na twee minuten al op de grond zitten. Nou, m’n moeder hield het niet meer, m’n vader ook niet.’

En hoe was dat bij jou?
‘Ik zat ook aardig hoog in m’n hartslag. Het is ook verschrikkelijk om naar een keeper te kijken, ben ik achter gekomen. Zeker ook met de manier van spelen bij NEC. Ik heb het daar met Sami (Ouaissa, red.) net ook over gehad. Poeh, dan zie je de bal over de middellijn vliegen en dan komt Rijk ingevlogen met z’n kop! Dat wordt gewoon van je verwacht daar, haha. Maar uiteindelijk heeft hij het goed gedaan en is het voor hem heel mooi. Hij heeft 130 wedstrijden op de bank gezeten, dat is niet niks. Dus dan is het gaaf dat hij nu eindelijk een keer mocht. En op Moederdag, 10 mei, moeten we nog tegen elkaar, dat wordt ook wel leuk.’

Michael Reiziger over Dies Janse: ‘Dies volgen we natuurlijk al een tijdje. Bij Ajax speelde hij niet altijd in het eerste elftal, bij FC Groningen nu wel, en dan zie je hem gewoon groeien. Van veilig spelen naar echt ballen spelen die van niveau zijn. Hij moet dit echt vasthouden. Hij wordt alleen nog maar beter, met die ballen door de linies. En ook verdedigend wordt hij steeds sterker: hij laat zijn tegenstander niet meer draaien. Dus hij maakt echt een heel goede ontwikkeling door.’