
Bron: VI PRO
De meest besproken doelman van Nederland blijft nog een tijdje in de Eredivisie, nu Etienne Vaessen (30) zijn overeenkomst bij FC Groningen heeft verlengd. Tijdens een gesprek met de excentrieke Brabander worden dollen, hooghouden, het randje gaan en beeldvorming besproken. ‘Degenen die me echt goed kennen, zijn zich ervan bewust dat ik eigenlijk een vrij kalm persoon ben.’
Zocht je voor deze zomer niet naar een overstap naar het buitenland?
‘Dat dachten meer mensen, haha. Komt natuurlijk ook doordat ik best vaak heb uitgesproken dat ik graag eens een buitenlands avontuur zou willen meemaken en er nu best wat belangstelling was. FC Groningen wilde me deze zomer alleen echt niet laten gaan, dus zo zijn we met elkaar in gesprek gekomen en ga je kijken naar wat je eigenlijk precies belangrijk vindt. Ik krijg hier veel vertrouwen en waardering van alles en iedereen, lig volgens mij goed in de groep en mijn gezin heeft het fijn in Groningen. Daarbij ben ik nog niet zo heel oud: ik zou die stap naar het buitenland later best nog eens kunnen maken. Er kwamen nog wat centjes bij, dat is natuurlijk ook lekker, en dan streep je op een gegeven moment alles tegen elkaar af en heb ik ervoor gekozen om mijn contract te verlengen. Ik kon wel gaan wachten op wat er misschien nog zou komen deze zomer, maar soms moet je ook gewoon koesteren wat je hebt. Nu schep ik op tijd duidelijkheid en zorg ik ook voor wat rust: bij mezelf, voor mijn gezin en voor de club.’
Dat zal voor de buitenwereld wel gek kijken en Etienne Vaessen die voor rust zorgt.
‘Dat begrijp ik wel, want die buitenwereld kent mij alleen van in het veld, maar de mensen die me écht goed kennen, weten dat ik eigenlijk best een rustig persoon ben. Goed, in de kleedkamer ben ik ook wel de grappenmaker, zit ik die jonge gasten altijd voor de gek te houden en ben ik erg aanwezig, maar privé vind ik het juist heel fijn om soms even alleen te zijn, of samen met mijn vriendin en kinderen rustig door het bos te wandelen. Mensen die mij alleen op dat veld zien zullen denken: Die vent heeft nooit eens rust in zijn hoofd. Maar buiten de lijnen is dat anders. Daar ben ik veel relaxter.’

Is dat de spanning die toeneemt wanneer het fluitje klinkt?
‘Zo zou ik het niet willen noemen, want ik ben niet echt vaak gespannen. Dat zie je denk ik ook wel aan de capriolen die ik af en toe uithaal: dat kan niet als je gespannen bent. Het is meer de enorme wil om te willen winnen als ik op dat veld sta, dat heb ik echt heel erg. Ik kan absoluut niet tegen mijn verlies. Dat is een goede eigenschap als sporter, denk ik, maar dat kan ook een niet zo’n goede eigenschap zijn. Als ik erin doorsla, bedoel ik dan. Ik wil hier niet écht in veranderen, want daar word ik een mindere keeper van, maar het is wel belangrijk dat ik mijn emoties onder controle weet te houden. Soms is het ook too much geweest.’
Hoe kijk je terug op de wedstrijd tegen Ajax thuis, nu ruim een jaar geleden?
‘Wat daar na de wedstrijd gebeurde, valt niet goed te praten. Ik heb daar niet goed gereageerd, kreeg een straf en heb die geaccepteerd. Op dat moment ga je natuurlijk wel met mensen in gesprek en erover nadenken. Kijk, mijn hele leven lang ben ik voor niemand uit de weg gegaan: ook al ben je twee meter lang, dat maakt mij niets uit. Zo ben ik opgegroeid in Breda en zal ik ook eindigen in de kist. Maar dat is natuurlijk niet altijd even slim, dat besef ik ook wel. Heb ook twee kinderen, wil niet dat mijn zoontje op school vragen krijgt van: Wat heeft je vader nu weer gedaan? Dus daar ben ik na die wedstrijd tegen Ajax wel mee aan de slag gegaan.’
Kun je vertellen op welke manier?
‘Ik praat regelmatig met een mental coach. Dat is een lopend proces; om de zoveel tijd voel ik dat de emoties weer de overhand nemen en ga je weer eens met elkaar zitten. Wat voel je dan precies? Hoe gaat dat? Er zijn ook wel trainingen dat ik net iets te fel ben, dat ik net even te ver ga om te winnen. Dan hebben we het daarover. Maar het is ook wel een beetje de aard van het beestje, het zal nooit helemaal weggaan. Ik moet er alleen voor zorgen dat die emotie niet té veel omhoog schiet. En dat heb ik echt al een stuk minder dan voorheen, moet ik zeggen.’
Wat nog over is, zijn de dolletjes op het veld. FIFA-trucs, het hooghouden van de bal...
‘Daar heb ik het weleens met Dick Lukkien over gehad. Volgens mij deed ik het vorig jaar tegen FC Utrecht, even hooghouden. Moest ik de volgende dag binnenkomen, wilde de trainer weten waarom ik dat nou eigenlijk deed. Ik heb eigenlijk geen idee, trainer. Ik verveelde me een beetje, denk ik. Daar moest hij wel om lachen, maar hij begon erover omdat hij mij ook wil beschermen. Andere clubs kijken hier natuurlijk ook naar. Iedere club wil een keeper die goede reflexen heeft en goed kan meevoetballen, maar ze willen óók een keeper die stabiel is. Dat begrijp ik wel, en dan knik ik, maar dan betrap ik mezelf erop dat ik het twee weken later tegen NAC weer doe. Ook dat gaat er blijkbaar niet helemaal uit, haha. Er wordt dan geen druk op me gezet en dan probeer ik de tegenstander te lokken. Kan ook gewoon met de bal aan mijn voet, ja, dat begrijp ik, maar dan vind ik het toch ook wel leuk om een beetje te dollen en de supporters uit te dagen. Maakt me niet erg geliefd bij andere clubs, dat weet ik, maar ach… Uiteindelijk gaat het er gewoon om dat ik de bal daarna naar de goede kleur speel, toch? Ik neem voetbal heel serieus, maar ben hierin misschien net wat losser dan andere keepers.’

Je bent ook losser geworden als je na een wedstrijd voor de camera staat.
‘Je hebt in de voetballerij heel veel mensen die op hun tong bijten, ik zeg gewoon altijd wat ik denk. Soms denk ik achteraf wel: Dat was misschien niet zo slim. Dan zit ik thuis op de bank, gaat de telefoon de hele tijd over en komen er weer allemaal reacties. Bijvoorbeeld na de thuisnederlaag tegen Fortuna Sittard, toen ik zei dat ik mijn contract zou inleveren als ik daar zou spelen. Ik kom dan net van dat veld af, kook nog van woede en word voor die camera getrokken. Stel je me drie uur later diezelfde vragen, dan geef ik heel andere antwoorden. Dat had ik achteraf dus liever anders gedaan, maar goed, zo werkt het nu eenmaal. Ik blijf mezelf gewoon altijd uitspreken, óók dat hoort bij mij. Als ik iets vind, dan zeg ik dat. Daar kan heel Nederland dan vervolgens weer over vallen: dat boeit me echt niet.’
Zeker weten van niet?
‘Ik mag overal een mening over hebben en mensen mogen ook een mening over mij hebben, dat vind ik echt prima. Wat ik wel vervelend vind is als er dingen worden geroepen over mij persoonlijk, door mensen die mij helemaal niet kennen. Soms wordt het wel heel erg op de man gespeeld. Ik lig onder een vergrootglas, en ik weet dat ik daar zelf voor heb gezorgd, dus daar ga ik ook niet over zitten huilen. Maar als mensen dingen roepen over mij als persoon, terwijl ze me helemaal nooit ontmoet hebben, dan denk ik weleens zuchtend: Wat zit iedereen zich toch druk te maken over mij, joh.’
Overschaduwen de absurde situaties niet dat je simpelweg een uitstekende doelman bent?
‘Ja, dat is misschien wel zo. Nogmaals: ik heb dat zelf gecreëerd, dus ik ga niet zielig in een hoekje zitten, maar beeldvorming is wel belangrijk voor als je ooit nog een mooie stap zou willen maken, en dan is het natuurlijk wel vervelend dat je gek of gestoord wordt genoemd door mensen die je buiten het veld helemaal niet kennen. Clubs die mij interessant zouden kunnen vinden weten niet hoe ik met mijn medespelers ben, hoe ik met de mensen ben, hoe ik met kinderen ben. Ik heb nu toch al heel veel trainers gehad en met al die trainers heb ik altijd een goede connectie gehad, omdat ze ook wel graag iemand zoals ik in het team willen hebben. Vanwege mijn kwaliteiten, maar óók vanwege mijn karakter, omdat ze weten dat ik iemand ben die er alles aan doet om te winnen en ik een spelersgroep ook een beetje kan aanpakken. Maar wat Dick Lukkien tegen me zei klopt natuurlijk: topclubs willen gewoon een rustige en stabiele tweede of misschien wel eerste doelman hebben. Daar kan ik in de komende jaren misschien verder aan werken, zonder helemaal te veranderen als persoon. Want ik ben wie ik ben.’
Tweede keeper worden bij een topclub, zou je dat wel willen?
‘Als ik een jaar of 34, 35 ben zou ik dat wel leuk vinden, ja. Nu ben ik nog op een leeftijd dat ik alles wil spelen. Dat was ook een belangrijke reden om bij FC Groningen te blijven, maar uiteindelijk wil ik wel kijken of mijn lat nog hoger ligt. Dat denk ik wel, namelijk.’
Voor het spelen bij een topclub ben je daar goed genoeg voor?
‘Ik ben natuurlijk een braniemannetje, maar kan in alle eerlijkheid over mezelf zeggen dat ik denk dat ik bij een topclub zou kunnen spelen, ja. Maar het is belangrijker dat de topclubs dat ook vinden. De trainer heeft ook weleens gezegd dat ik het aan zou kunnen, al voegde hij daar wel aan toe dat ik daarvoor iedere dag áán moet staan. Daar heb ik soms nog een beetje moeite mee, moet ik toegeven: er zijn dagen dat ik een beetje uitgelogd ben op de trainingen. Daar kan ik dus nog echt wel een stap in maken, maar qua keepen zit ik al bij de top van Nederland: dat durf ik wel te stellen.’
Men noemde je lange tijd een kamikazekeeper.
‘Dat was in die tijd ook terecht. Was in mijn eerste jaren bij RKC, dan kwam ik vaak ver mijn doel uit, had ik af en toe een vreemd foutje - was ik gewoon niet betrouwbaar. Op het moment dat Joseph Oosting voor de groep kwam te staan bij RKC kwam ik in een stijgende lijn te zitten en die trek ik voor mijn gevoel nog steeds door. Die kamikazekeeper ben ik niet meer, maar dat is ook gewoon een stuk ervaring. Ik ben geen Bart Verbruggen of Robin Roefs, wat zij als talenten al laten zien is echt uitzonderlijk. De meeste keepers zijn pas later in hun loopbaan stabiel en écht goed gaan keepen. Zie ik ook bij mezelf. Hier bij FC Groningen ben ik daarbij ook voetballend enorm gegroeid.’
Met de sidevolley als nieuw merk. Waar kwam die plotseling vandaan?
‘Die heb ik ooit van Kostas Lamprou geleerd, jaren geleden bij RKC. Hij zat er dus al een tijdje in, maar nu gebruik ik hem meer, omdat ik meer vertrouwen heb. Als je lekker in je vel zit en je voelt je goed, dan doe je vaker zo’n sidevolley, in plaats van dat je even op safe speelt. Hetzelfde geldt voor een lage, keiharde pass over dertig meter, die ik ook vaak geef. Dat moet je durven, maar je moet ook het vertrouwen van de trainer krijgen. Die zegt tegen mij: “Joh, het kan een keer fout gaan, maar wij gaan er beter door voetballen, dus doe het gewoon”. Dan neem je wel wat eenvoudiger een risicootje.’
Als je vorm iets minder is doe je het dan ook?
‘Jawel, want je moet wel de dingen blijven doen waar je goed in bent. In het afgelopen seizoen vond ik mijn eerste seizoenshelft heel goed en de tweede niet heel slecht, maar ook niet zoals de mensen mij kennen. Dat had deels ook met een lang seizoen te maken: ik heb vorig jaar zomer nog de Gold Cup gespeeld met Suriname en in september, oktober en november ben ik ook nog weggeweest. In de tweede seizoenshelft begon ik dat wel te voelen in mijn spieren. Tegen Ajax liep ik een scheurtje in een bovenbeenspier op, waar normaal vier tot zes weken voor staat, maar ik wilde in maart natuurlijk per se spelen tegen Bolivia, in de play-offs voor het WK. Alles aan gedaan om die wedstrijd te halen, wat lukte, maar helaas konden we ons niet kwalificeren. Bij terugkomst in Groningen merkte ik toen wel: Poeh, ik ben gewoon een beetje voetbalmoe. Ik keek héél erg uit naar mijn vakantie. Nu ben ik weer opgeladen en klaar om weer te vlammen.’
Kun je naar het WK kijken zonder gemengde gevoelens?
‘Absoluut, ik vind het gewoon leuk om die wedstrijden te zien, dus het is niet zo dat ik het WK ontwijk ofzo. Maar natuurlijk heb je wel vaak het gevoel van: Shit, daar had ik ook kunnen staan… Als ik zie wat er allemaal is gebeurd met Curaçao en Kaapverdië; wij hadden Suriname ook écht op de kaart kunnen zetten. En ik mezelf als keeper ook. Kijk naar Vozinha, of naar Eloy Room: die kregen na een goede wedstrijd opeens een miljoen volgers erbij op Instagram en kunnen meteen alle kanten op. Als ik op mijn leeftijd een WK had gespeeld, dan had ik nu nog niet verlengd hoor: zo eerlijk ben ik ook wel weer. Het WK is gewoon het grootste dat er is en biedt heel veel kansen, voor spelers én voor landen, maar het mocht voor ons niet zo zijn. Over vier jaar een nieuwe kans. Hopelijk gaat het toernooi naar 64 landen en kunnen we er dan wel bij zijn.’

Die paspoortsituatie, hoe zit het daar nu mee?
‘Ik kreeg eerst een werkvergunning voor een paar maanden, nu heb ik een tijdelijke werkvergunning voor vijf jaar. Daarbij heb ik nog gewoon mijn Nederlandse paspoort, waarmee ik overal naartoe reis, maar de Nederlandse nationaliteit heb ik dan weer niet, want officieel ben ik nu Surinamer. Ik begrijp het soms ook niet allemaal, moet ik zeggen, maar we zijn druk bezig om mijn Nederlandse nationaliteit terug te krijgen. Daarna kan ik dan wel nog gewoon voor Suriname blijven uitkomen en dat wil ik ook blijven doen, want ik vind het echt een verrijking. Je komt in mooie landen, we hebben een superleuk team en je kan daar echt iets moois doen voor de mensen. Ik moet wel even goed kijken naar welke wedstrijden ik dan ga spelen, misschien dat ik een paar oefenwedstrijden eens moet overslaan, want het is wel echt pittig qua reizen. Maar het is bovenal heel leuk. Nu gaan we weer voor de Gold Cup spelen, de Copa América komt eraan, dan weer een Gold Cup, en dan misschien over vier jaar het WK... Nee, ik ben nog zeker niet klaar bij Suriname.’
Wat wil Etienne Vaessen nog meer bereiken in zijn carrière?
‘Ik zou het nog altijd leuk vinden om eens in het buitenland te spelen. Spanje lijkt me tof, of Mexico… In dat laatste land speelde wel al iets, maar dat is nooit groot geworden, omdat FC Groningen me absoluut niet wilde laten gaan. Maar ja, zoiets zou ik wel gaaf vinden, en ik denk ook wel dat het bij me past. Verder zou het me mooi lijken om nog eens bij een topclub te kijken hoe het er daaraan toegaat en als ik dan nog wat ouder ben, zou ik ook wel naar de zandbak willen, wanneer die kans voorbijkomt. Als ik mijn familie met één of twee jaar werken goed weg kan zetten, waarom zou ik het dan niet doen? Ik moet het nu gaan verdienen.’
Hoe zit dat met NAC, zit dat nog steeds in je achterhoofd?
‘Ja, NAC zit wel in mijn achterhoofd, maar met de keeper die ik nu ben wordt dat misschien wel heel moeilijk. Ik ben echt fan van NAC, dat weet ook iedereen, maar NAC is net gedegradeerd en ik wil voorlopig nog wel in de Eredivisie spelen. Het zou kunnen, en ik zou het ook wel graag willen, maar goed: ik wil eigenlijk best veel, hè? Soms zit ik ook na te denken: Wat wil ik nou eigenlijk precies? Topclub, buitenland, NAC, of misschien blijf ik wel de rest van mijn carrière in Groningen. Wie zal het zeggen, het valt toch allemaal niet te voorspellen. Ik heb nu in ieder geval voor drie jaar getekend bij FC Groningen, heb het hier enorm naar mijn zin, ik doe het goed, mijn familie is gelukkig, de trainers zijn gelukkig met me en de clubleiding en de supporters ook. Wat wil je dan nog meer? Eigenlijk heb ik op dit moment helemaal niets te wensen.’