Fan van F.C. Groningen
Nieuws

Hoe loopwonder Thom van Bergen uitgroeide tot een afmaker

Bron: VI PRO, Bart Kruijt

Heb je enig idee wanneer je voor het laatst een wedstrijd hebt gemist?
‘Toevallig stond het social media-team van FC Groningen vanmorgen aan het trainingsveld met de vraag hoeveel wedstrijden ik voor de club heb gespeeld. Dat wist ik niet precies, dus toen ging ik een beetje terug tellen en probeerde ik te bedenken wanneer ik ook alweer níét had meegedaan. Dan merk je meteen dat dat alweer even geleden is, en dat je onderhand op heel wat wedstrijden op rij zit. Wat is het antwoord?’

DSC_2729

De thuiswedstrijd tegen Willem II op 27 augustus 2023 was de laatste wedstrijd waarin je niet meespeelde. Daarna kwam je in 122 officiële wedstrijden op rij in actie.
‘Dat is een aardige reeks. Mooi om te horen. Hopelijk kan ik ’m nog even doortrekken.’

 

Dit bevestigt ons beeld van deze speler: simpelweg onvermoeibaar.
‘Zo zou je daarnaar kunnen kijken, ja. Ik ben inderdaad altijd fit geweest, al zijn er gedurende het seizoen gerust wel een paar fases waarin ik wat vermoeid ben, hoor. Dan hebben we het daar over op de club en proberen we het met de mensen hier zo af te stemmen dat ik weer onvermoeibaar word. Is steeds gelukt. Vooral als je uit een interlandperiode komt, merk je wel dat de benen iets zwaarder voelen. Maar iedereen denkt hier goed met me mee en er is altijd goed overleg met de performance coach en fysio’s, waardoor het niet doorslaat. Zo kan ik in de wedstrijden blijven gaan.’

Waar komt de speelstijl die je hebt ontwikkeld vandaan?
‘Het is een combinatie van de jeugdopleiding, waarin het leveren van intensiteit een flink aantal jaren centraal heeft gestaan, en de persoon die ik altijd ben geweest. Als kind was ik altijd al een stuiterbal, ja. Altijd bezig, en dan vooral veel voetballen: met mijn oudere broer in de tuin, of binnen in huis, waar een grote tafel stond en de tafelpoten dan een doel vormden. Ik keepen en mijn vader met een klein Barcelona-balletje op me schieten. En als er dan eens een lamp werd geraakt, wees-ie meteen naar mij…’

DSC_0149

In een eerder interview zei je dat je in je eerste jaren bij de jeugdopleiding van FC Groningen misschien wat lui was. Dat rijmt niet echt met het beeld van jou als stuiterbal.
‘Hmm, dan heb ik toen niet helemaal het juiste woord gebruikt. Ik ben nooit lui geweest, was altijd wel bedrijvig. Misschien zag het er soms wat lui uit, omdat het allemaal nog wat slomer ging. Ik was niet dik, maar had nog wel wat babyvetjes die waren blijven hangen, en het was allemaal niet zo explosief. Maar lui; nee, dat is niet het goede woord. Ik heb thuis een oude video van toen we met de D2 eens tegen Ajax speelden en dan zie ik mezelf al heel hard druk zetten. Dus het heeft er altijd wel in gezeten bij mij.’

 

Toch moest er op een gegeven moment een tandje worden bijgezet.
‘We kwamen als groep door vanuit de Onder-13, waarin het toch nog gewoon vooral lekker voetballen was. Toen kregen we Paul Matthijs als trainer. Die zag je hier al regelmatig lopen in de gym en daar was je als kleine jongen toch een beetje bang voor, want hij is een hele strenge man, die er erg kort op zit. Ik weet nog dat ik de eerste trainingen heel spannend vond; hoe zou de trainer naar me kijken? Hij hamerde er heel erg op dat je altijd iets moest doen, dat je altijd in beweging moest zijn, nooit stil kon staan. We liepen bij hem constant op onze voorvoeten: iedere dag ging het gas open en werden we uitgedaagd om er het maximale uit te halen. We ontwikkelden ons in drie jaar tijd onder Paul Matthijs van kleine jongetjes tot echte kereltjes.’

Hebben deze jaren je gevormd tot de voetballer die je nu bent?
‘Absoluut. We moesten dus alles op volle intensiteit doen en als aanvaller ga je dan volle bak druk zetten op de verdedigers. De eerste twee, drie keer ren je gewoon als een dolle op de man af en word je makkelijk uitgespeeld. Daar leer je dan weer van, waardoor je de volgende keer iets voor de tegenstander afremt, en je de bal kan afpakken. Als je daar maandenlang mee bezig bent, word je er vanzelf beter in. Daarbij deden we ook heel veel positiespelletjes op de trainingen, dus je ging ook voetballend duidelijk vooruit. Ik ben Paul Matthijs heel dankbaar voor de mentaliteit die hij er bij ons heeft ingekregen. Hij golft tegenwoordig op de golfbaan in Assen, waar ik ook lid ben, dus af en toe kom ik hem nog tegen. Dan zijn de grapjes weer als vanouds. Die angst die ik in het begin voor hem had was nergens voor nodig; hij is gewoon een hele aardige man. Maar dus wel iemand die er altijd bovenop zat. Dat konden wij als jonge jongens wel gebruiken.’

Merkte je in die jaren dat je met je loopvermogen iets extra’s kon brengen?
‘Zo was ik daar in die tijd niet echt mee bezig, maar achteraf kan je zeggen dat de manier waarop we hier werkten goed aansloot bij de persoonlijke eigenschappen die ik heb, ja. Vijftig procent is karakter, vijftig procent is training: dat moet een mooie mix zijn, en die was er hier in de opleiding absoluut. Daar heb ik profijt van gehad, maar dat geldt ook voor de jongens met wie ik samenspeelde. Links en rechts hoorde je altijd wel dat andere ploegen het nooit leuk vonden om tegen ons te spelen, omdat we maar bleven rennen. En dat hoor ik tegenwoordig nog steeds wel. Dat is een mooi compliment.’

DSC_1842

Ben je zelf veel bezig met je persoonlijke gegevens zoals data?
‘Nee, niet echt. Maar ik zit hier in de eetruimte aan een hele leuke tafel, tafel 1, waar ook jongens als Etienne Vaessen, Pelle Clement, Hans Hateboer en zo zitten. Die maken er weleens grapjes over. Als we Thoms GPS-hesje afpakken, is hij meteen een stuk minder waard! Zo krijg ik toch weleens wat cijfertjes mee, maar het is niet zo dat ik er zelf heel erg naar op zoek ben, nee.’

 

De afgelopen twee jaar stond je steevast bovenaan als het ging om druk zetten, ook op hoge intensiteit. Dit seizoen ben je daarin geen koploper meer. Is dat toeval, of is daar een verklaring voor?
‘Het is met een mix van factoren wel te verklaren. Ten eerste is het iets waar ik zelf ook vaak over heb nagedacht, want ik kwam toch regelmatig in een hele hoge vermoeidheid voor het doel, waardoor ik misschien iets minder scherp was in het afronden. Daar wilde ik dus wel iets in veranderen. Wat ook meespeelt is dat we als team wat minder drukmomenten kiezen en soms eens wat lager gaan staan, om er dan later weer vol op te knallen. En dan is er nog mijn nieuwe rol in het elftal, want waar ik voorheen de spits was, beweeg ik nu als een soort 9,5 om Binni (Brynjólfur Willumsson, red.) heen.’

Wat is er precies veranderd? Je komt namelijk nog steeds vaak in de spits uit?
‘Ik kom inderdaad nog best vaak naast Binni terecht, maar hij is wel vaker de eerste aanloper, waardoor ik wat minder vaak in die echte drukzetmomenten kom. Dat is prima, hoor: het is geen lijstje waar ik per se stijf bovenaan wil staan. Ik weet dat ik het van nature kan en vind het leuker dat ik ook in andere lijstjes hoog scoor. Die nieuwe rol bevalt me wel; ik heb ook de vrijheid om het af te wisselen met Binni, dus het is niet zo dat ik alleen maar achter de spits sta. Maar het was wel even wennen; in het begin zag ik de nummer 10-positie, als je het zo moet noemen, wat minder zitten. Bij FC Groningen hadden we het al eens geprobeerd op de trainingen en bij Jong Oranje werd ik voor het eerst in die rol gebruikt in wedstrijden. Maar ik was een spits, wilde gewoon voorin staan. Heb erover gesproken met de trainers en dan ga je ermee aan de slag, kom je vaker in bepaalde situaties, lukt het allemaal wat makkelijker en ga je zien wat de trainers beoogden. Gaandeweg krijg je er dan ook meer zin in. Wellicht is het ook iets waar ik in mijn verdere carrière de focus op moet leggen, want ik heb wel gemerkt dat veel clubs voor een targetman kiezen in de spits. Een rol daaromheen zou goed bij me passen, denk ik: een beweeglijke speler met diepgang. De spitspositie zal altijd wel in mijn hoofd blijven zitten, maar zoals ik mijn rol nu kan invullen, haal ik hier heel veel plezier uit.’

En nu heb je al zes keer gescoord. Verklaar dat maar eens.
‘Sja, verklaar het maar… Ik merk op deze positie in ieder geval dat Binni meer de bliksemafleider is en ik in andere posities voor het doel kom, vaak ook met een tegenstander minder bij me in de buurt. Dus dat helpt zeker. Maar ik geloof ook dat ik een volgende stap heb kunnen zetten in het afmaken.’

DSC_0148

Vorig seizoen ging het nog vaak over de kansen die je liet liggen.
‘Het is ook een kwestie van ontwikkelen, door de jaren heen ervaring opdoen en steeds weer in bepaalde posities komen. Na onze promotie dacht ik nog: Poeh, als ik wil scoren in de Eredivisie, dan zal ik wel echt superhard in het zijnetje moeten schieten. Maar dat hoeft helemaal niet, je kan ook op andere manieren een doelpunt maken. Dat heb ik wel geleerd. Ik ben er veel mee bezig geweest – op, maar ook ná de trainingen. Zo probeer je bepaalde automatismen te kweken en manieren te zoeken om te kunnen scoren. Als je zo hard mogelijk schiet, schiet je vaak op de keeper. Maar als je een beetje inhoudt, kan je de bal wat effect geven en heb je veel meer opties. Dat zijn gewoon dingen die je moet ervaren en waar je gaandeweg beter in wordt.’

 

Vorig jaar kwam je in ieder geval al vaak genoeg in de juiste posities.
‘Daarom ben ik ook nooit moedeloos geworden; zeker niet. Ik hield er vertrouwen in dat de doelpunten uiteindelijk wel zouden komen en dat gaat dit seizoen gelukkig best aardig. Daarbij geloof ik ook wel in een momentum en dat geluk ook een rol speelt. Kijk naar mijn goal tegen Ajax van vorig jaar; die bal gaat half door de keeper zijn benen, hij raakt de bal nog met de knie, maar hij gaat er toch in. Voor hetzelfde geldt blijft-ie onder zijn been liggen en is het geen goal. Dat verschil is niet zo groot; soms moet het ook gewoon even meezitten. Ik doe dit seizoen ook niet heel veel anders dan vorig jaar, maar nu vallen de doelpunten wel. Het belangrijkste is dat je gewoon in positie blijft komen. Vervolgens moet je maar proberen om rustig te blijven en te scoren.’

En als dat lukt, kan dat zomaar leiden tot een mediahype.
‘Het is heel raar om daarin terecht te komen. Ik zag dat weleens om me heen bij andere spelers gebeuren, maar als je dan je eigen naam leest en je een datamonster wordt genoemd en weet ik het allemaal, dan voelt dat wel een beetje onwerkelijk. En dan moet je maar je best doen om daar niet te veel door afgeleid te worden, hè?’

Het is niet zo eenvoudig om met beide beentjes op de grond te blijven staan als zelfs je vader in een artikel zegt dat een plek in de Nederlandse top drie haalbaar moet zijn.
‘Haha, ik heb het gelezen, ja. Ik weet niet of hij dat letterlijk zo heeft gezegd, hoor; je moet altijd maar een beetje kijken hoe dat geknipt en geplakt is. Maar het zal vast iets in die richting zijn geweest, mijn vader kennende zou hij wel zoiets gezegd kunnen hebben. Hij is een trotse vader en aardig uitgesproken. Ikzelf heb dat toch wat minder. Geen idee waarom. Ik ben gewoon lekker nuchter en dan zie ik het allemaal wel.’

Begrijp je de gedachtegang van je vader?
(Lange denkpauze). ‘Ja, misschien wel. Ik denk dat ik het niveau van een Nederlandse topclub zou kúnnen halen, ja. Daarmee zeg ik niet dat ik daar nu al ben, want er is nog genoeg om te verbeteren, maar ik ben ook nog maar 22… Dus wie weet.’

DSC_2857

Is dat voor jou een doel?
‘Nee, ik heb geen specifiek doel voor ogen. Wat het is: ik was van jongs af aan FC Groningen-supporter. Mijn doel was om het eerste elftal van FC Groningen te halen en dat is gelukt, dus alles wat ik nu nog meemaak, is mooi meegenomen. Zo kijk ik daar echt naar, ja: sommige spelers hebben een hele planning, maar ik niet. Ik wacht gewoon af wat er op mijn pad komt en dan kan ik dat pad nemen of niet. Maar zoals iedere topsporter wil ik natuurlijk wel kijken waar mijn lat ligt en het hoogst haalbare bereiken.’

 

Tegen die achtergrond begreep iedereen wel waarom jij afgelopen zomer naar AZ wilde vertrekken.
‘Dat was een sportief mooie stap geweest, ja.’

Van buitenaf leek het alsof je de teleurstelling over die mislukte transfer makkelijk van je af kon zetten. Was dat ook zo?
‘Jawel, ik heb me gewoon meteen weer op FC Groningen en het nieuwe seizoen kunnen focussen. Natuurlijk zat er wel wat teleurstelling in, maar het is een heel lang traject geweest, waarin de clubs er uiteindelijk niet zijn uitgekomen. Dat is dan even vervelend, maar voor mij geen reden om er maar met de pet naar te gaan gooien of ruzie te gaan schoppen. Daar heb ik alleen mezelf mee. Bovendien vind ik FC Groningen daar een veel te mooie club voor. Het enige wat ik kon doen is weer fris aan de start verschijnen en mijn best doen om weer een goed seizoen te gaan draaien.’

Wat zijn de wensen van Thom van Bergen voor dit seizoen?
'Mijn belangrijkste doelstelling is om vaker te gaan scoren, daar ben ik in ieder geval goed mee begonnen. Vorig jaar eindigde ik op negen goals; nu wil ik voor het eerst in de dubbele cijfers komen. En met het team willen we opnieuw de play-offs halen en daarin wat meer tegenstand bieden dan ons vorig seizoen is gelukt.'

Is FC Groningen dit seizoen sterker dan vorig seizoen?
'Het is iets anders, maar ik geloof wel dat het sterker kán zijn, ja. Omdat de jongens die hier al een tijdje zijn, zoals David van der Werff, Tika de Jonge, Jorg Schreuders, Thijmen Blokzijl, ikzelf en noem iedereen maar op, allemaal weer volgende stappen hebben kunnen zetten, waardoor uiteindelijk het algehele niveau omhoog gaat. Met een paar goede aanvullingen erbij denk ik dat we echt wel een heel sterk team hebben.'

Kun je achteraf stellen dat de degradatie van FC Groningen een zegen is geweest?
‘Dat is altijd een lastige vraag om te beantwoorden, want het liefst was je nooit gedegradeerd, en was er gewoon in de Eredivisie een frisse wind gaan waaien binnen de club. Maar of dat was gebeurd, weet je niet, dus die vraag stel je jezelf natuurlijk ook weleens: Hoe was het met ons als jonge jongens gelopen als we niet gedegradeerd waren? We zullen het nooit weten, maar wat we wel weten, is dat het voor ons wel goed heeft uitgepakt. Je kan alleen maar stappen zetten door te spelen, die minuten heb je gewoon nodig. En die minuten hebben wij gekregen, mede door de degradatie. Wie weet hoe het leven was gelopen als dat niet was gebeurd. Raar om bij stil te staan, eigenlijk.’

Tot slot: raakt zelfs de onvermoeibare Thom van Bergen weleens voetbalmoe?
Oh ja, zeker wel. Het is dat er in de afgelopen weken veel leuke Champions League-potjes waren, maar verder staat er bij mij thuis niet bijzonder veel voetbal op. Ik kijk dan liever naar een mooi golftoernooi, of tennis, darten… Heel veel andere sporten dan voetbal, eigenlijk. Ik kom vaak genoeg thuis met de gedachte: ik heb er nu wel even genoeg van gehad. Maar de volgende dag heb je dan wel weer zin om te trainen, hoor, want het zelf doen is toch anders. Dan raak ik niet zo snel voetbalmoe, nee. Het voelt als werk omdat je op bepaalde tijden aanwezig moet zijn en in een schema zit, maar als ik op het veld sta, de warming-up heb gedaan en begonnen ben aan een positiespelletje, voelt het helemaal niet als werk. Plezier is zo bezien de beste brandstof voor mij, absoluut. Ik ben vooral heel dankbaar dat ik iedere dag lekker op dat veld mag staan.’