Fan van F.C. Groningen
Nieuws

Uitgebreid interview met Dick Lukkien

Bron: VI PRO

FC Groningen veroverde op de laatste speeldag het laatste ticket voor de play-offs om Europees voetbal. Het vertegenwoordigt een nieuw succes voor hoofdtrainer Dick Lukkien (54), die drie jaar geleden bij de Noordelingen kwam toen de club in de problemen was, maar de trots bij De Trots van het Noorden weer volledig heeft hersteld.

Promotie in het eerste jaar, handhaving in het tweede jaar en deelname aan de play-offs in het derde jaar. Onder jouw leiding verloopt het met FC Groningen behoorlijk goed.
‘We maken als club een mooie ontwikkeling door, absoluut. En als ik het dan nog wat breder trek, vind ik dat we in de reis die we drie jaar geleden zijn begonnen nog wel wat meer boxjes aanvinken. Dan gaat het over stabieler worden, een bepaalde cultuur creëren, beter samenwerken met elkaar, beter voetballen… Zo keren we steeds een beetje meer terug naar waar ik vind dat FC Groningen hoort te zijn.’

Dat het allemaal zo snel zou gaan had u dat verwacht?
‘Het is wel wat ik had gehoopt, als ik eerlijk ben, maar of ik het had verwacht: ik weet niet of ik dat kan zeggen. Toen ik hier drie jaar geleden binnenkwam, zag ik een hoop goede voetballers. Dan denk je als trainer: Dat ga ik wel even regelen. Maar de sfeer binnen de club was na de degradatie behoorlijk down en veel mensen wilden hier liever niet zijn. In het begin was het daarom lastig om iets op te bouwen, maar tegelijkertijd heb ik altijd wel gezien dat we echt wel een ploeg hadden die tot iets in staat was. We zijn met elkaar aan de slag gegaan. Als je dan nu, in het tweede seizoen terug op het hoogste niveau, wat volgens veel mensen normaal gesproken een moeilijker seizoen is dan het eerste, de play-offs haalt, dan mag je wel tevreden zijn. Maar goed: daar heb ik over het algemeen wat moeite mee, want je wil altijd meer, altijd beter. Nu we ons hebben gekwalificeerd voor de play-offs, willen we er natuurlijk ook alles aan doen om die te winnen.’

Wat voor een seizoen is dit voor jullie geweest?
‘Een seizoen met een bijzondere prestatiecurve, waarin we het voor de winter echt heel goed gedaan hebben en we halverwege volledig terecht op de vijfde plek stonden. In de tweede seizoenshelft hadden we die vervelende reeks van zes nederlagen, waardoor we nog keihard hebben moeten knokken om de play-offs te halen. Die reeks levert een beetje een dubbel gevoel op: ik had zes nederlagen op rij niet zien aankomen, maar het is ook wel weer knap dat we ons daaruit hebben gevochten. Ik hou niet van opgeven, dat hebben we nog nooit gedaan in mijn tijd hier, dus daar ben ik dan wel heel blij mee.’

Is dat gevoel sterker dan de frustratie over de vrije val op de lijst?
‘Ja, absoluut. Kijk, je hoopt natuurlijk altijd op meer, en als je halverwege op waarde vijfde staat en je houdt de ploeg bij elkaar, vraag je jezelf natuurlijk af of we het er nog een keer kunnen uitpeuren. Maar hoe reëel is dat, met de concurrentie in het Nederlandse landschap? AZ stond bij de winterstop nog onder ons, FC Twente ook… Ik denk niet dat het heel realistisch was om te denken dat we op de vijfde plek hadden kunnen blijven staan. Wel vind ik dat die reeks van zes nederlagen erg vertekent, want we hebben daarin gewoon een hoop goede wedstrijden gespeeld. Het was echt niet zo slecht als dat de resultaten toen leken te laten zien.’

In die serie heeft u ook niets aangepast. Ga verder op de gekozen weg: dat is wat u kenmerkt.
‘Het is soms gemakkelijker gezegd dan gedaan, want natuurlijk gaan er wel dingen door je hoofd als je zes keer op rij verliest. Moeten we wisselingen toepassen, moeten we iets anders gaan doen? Maar dit is wel wie ik ben. Ik denk dat we hier iets goed kunnen, dat we ergens toe in staat zijn, en dan gaat het erom dat je daarin blijft geloven: ook in de mindere tijden, want juist dát gaat bepalen hoe goed je bent. Dat is wel iets wat ik onderweg geleerd heb. Bij FC Emmen hadden we eens een periode waarin we 22 keer op rij niet wonnen, ergens na een wedstrijd of vijftien zijn we toen met vijf achterop gaan spelen. Werkte niet. Uiteindelijk kom je dan toch weer terug bij je begingedachte, omdat die ook past bij je spelersgroep; je hebt je selectie daarop ingericht en je hebt er een bepaald idee bij ontwikkeld. Daarna pakten we uit de laatste twaalf wedstrijden nog 24 punten en eindigden we alleen op basis van doelsaldo nog onder nummer vijftien RKC. Heel vaak is het dus zo dat je gewoon moet blijven geloven in wat je doet.’

De boel ging nog wel op de kop in uw eerste seizoen.
‘Ik wil op een bepaalde manier voetballen en weet, doordat ik hier in het verleden al heb gewerkt en vroeger ook al vaak bij deze club kwam, wat ons publiek graag wil zien. Dan heb ik het over een ploeg die in een hoog tempo speelt, snel naar de goal van de tegenstander wil en bij balverlies er alles aan doet om de bal zo snel mogelijk terug te veroveren. De mensen willen spelers zien die écht hun hart geven voor FC Groningen. Zo hebben we iedereen in het begin de kans gegeven en uiteindelijk blijkt dan dat een aantal spelers die ik in de eerste tien speelronden vaak opstelde daar niet zo goed bij paste. We hebben toen keuzes durven maken en met name de voorhoede anders ingericht, met vier jonge en hongerige jongens uit onze eigen opleiding. Dat is toen hartstikke belangrijk geweest.’

Vind u herkenbaarheid belangrijk?
‘Heel belangrijk, want als supporter wil je je graag identificeren met de mannen die op het veld staan. Als je wint maakt het niet uit waar je vandaan komt, laat dat duidelijk zijn, maar als je in de stad woont en je ziet een mede-Groninger op dat veld staan, die zelf óók supporter is: dat is het mooiste wat er is. Dan voel je automatisch de verbinding. Met die jongens hebben we ook hard gewerkt aan een herkenbare manier van spelen. Dit is mijn stijl, maar ik denk dat die ook heel goed bij deze groep en bij deze club past. Als ik terugdenk aan de eerste jaren in Euroborg, het elftal met jongens als Paul Matthijs, Erik Nevland en noem ze allemaal maar op: dat was een vergelijkbare speelstijl, met een groep die het écht samen wilde doen. Jongens die heel veel meters wilden maken en alles gaven. Dat wil ik bij mijn ploeg ook altijd terugzien.’

Is het mogelijk om dit spel op elke plaats te spelen?
‘Als ik naar het moderne voetbal kijk, denk ik van wel. Ik vond het mooi wat Ousmane Dembélé eens zei over Luis Enrique: “Je moet van hem gewoon altijd rennen”. Ik hou ook van mooie voetballers, maar jongens als Dembélé en Khvicha Kvaratskhelia zijn voor mij wel ultieme voorbeelden voor hoe het spelletje vandaag de dag gespeeld wordt: zij kunnen én heel goed voetballen, én ze rennen de longen uit het lijf. Je hebt tegenwoordig niet meer echte specialisten, het gaat erom dat je met elf man aanvalt en met elf man verdedigt. Dat is in ieder geval hoe ik naar voetbal kijk. Ik wil een dynamisch geheel, want daarin stel je ook je tegenstanders voor de meeste keuzes in balbezit. En dan heb je dus ook spelers nodig die overal kunnen verdedigen. Ons verdedigende spel vind ik heel erg goed, daarin is Thom van Bergen als onze spits een hartstikke belangrijke pion. Dankzij zijn werk in het druk zetten kunnen we voetballen zoals wij voetballen. De speelwijze plus de kwaliteiten die we in huis hebben passen heel goed bij elkaar, de puzzel is mooi in elkaar gevallen.’

Het voetbal ondergaat voortdurend veranderingen. In welke mate is dat van toepassing op het trainersvak?
‘Dat is niet anders. Toen ik begon bij FC Emmen had ik vijf mensen in mijn begeleidingsstaf, hier bij FC Groningen heb ik er nu twintig – en dan zijn we nog niet eens koploper in de Eredivisie. Je moet veel meer leiding geven dan voorheen. Daarbij is de manier hoe mensen, en dus ook voetballers, in het leven staan veranderd; daar moet je ook op inspringen. Je bent als hoofdtrainer constant op zoek naar: hoe beïnvloed ik nou iedereen op de maximale manier. Ik denk dat ik daar wel een antenne voor heb.’

U heeft vaak aangegeven dat u trainer bent geworden omdat u spelers graag wilt verbeteren. Is daar nog voldoende tijd voor?
'Zeker, want we hebben de staf zo ingericht dat iedereen in zijn kracht komt. Ik denk dat een kracht van mij is dat ik talent kan ontwikkelen: niet alleen van mijn spelers, maar ook van mijn stafleden. Daar maak ik dus tijd voor vrij. Op het veld, maar ook daarbuiten. Mijn laptop staat altijd aan, omdat beelden voor mij leidend zijn bij het helpen van spelers. Je kan heel veel praten, maar als je het laat zien, werkt dat vaak veel sneller. Met data ben ik ook veel bezig, daar kan je niet omheen. Dat is ook goed, en ik wil alles weten: hoeveel sprints mijn spelers hebben getrokken, hoeveel meters ze hebben gelopen, wanneer ze in het rood komen… Maar áls ze in het rood komen, betekent dat niet dat ik ze meteen wissel. Dat gaat toch nog meer op gevoel. Je leert je spelers ook kennen en weet op een gegeven moment wie er beter mee kan omgaan dan de ander. Dat maakt het niet altijd even gemakkelijk, maar is ook gewoon een stukje ervaring.'

Kunt u uzelf nog ontwikkelen als trainer?
‘Natuurlijk, want je wordt beter als je dingen doet. Doordat ik trainer op het hoogste niveau ben geef ik veel trainingen, doe ik veel persconferenties, geef ik lezingen en zie ik veel wedstrijden. Daardoor merk ik aan mezelf dat dat me helpt in mijn ontwikkeling.’

‘Gewoon doen’ is een populaire uitspraak die u gebruikt. We praten soms te veel?
‘Nee, want praten hoort erbij. Ik heb het inderdaad vaak over gewoon dóén, omdat ik vind dat als je het veld op gaat, je gewoon moet doen wat je kunt. Dat is makkelijk gezegd, maar als voetballer en als trainer misschien wel het moeilijkste dat er is: doen wat je kunt als het er écht op aan komt. Daar gaat dus wel een hoop praten aan vooraf, want je probeert een duidelijk plan te implementeren. Ik kan wel allemaal mooie ideeën hebben, maar ik wil dat we tot een gezamenlijk plan komen, dus ik wil dat spelers en mijn stafleden meedenken en er met me over praten. Alleen zo kunnen we er samen het maximale uithalen. En dat is ook echt iets waar ik van kan genieten. Natuurlijk zijn er altijd wel momenten dat het even niet meezit, maar ik vind dat ik een schitterende baan heb. Helpen bouwen, daar hou ik van; zeker bij een club waar ik gevoel bij heb. We zijn in mijn beleving nog ergens halverwege, er zit nog zó veel meer in; bij zowel de club als bij individuen. Dat proberen eruit te halen, dat vind ik hartstikke mooi om te doen.’

Het kan soms ook vervelend zijn maar ook mooi als je een goed gevoel hebt bij een club.
‘Dat is zo, al heb ik onderweg wel geleerd om dat een plek te geven. Net zoals je kritiek van mensen een plek moet geven. In het begin wilde ik heel graag dat iedereen vindt dat je goed bent en dat iedereen snapt wat je doet, maar zo werkt het niet. We leven in een land waarin heel veel mensen een mening hebben, en daar hebben ze ook recht op, maar vooral via social media is het soms wel heel makkelijk… Als iemand een maandje minder presteert, is hij voor mij niet meteen een mindere speler. Dan zit hij even in een mindere vorm, dat kan, hè? Maar ik laat zo’n jongen dan natuurlijk niet vallen. Ik zie mijn spelers als familie. Als mijn dochter een keer een minder weekje heeft, geef ik haar ook niet op voor adoptie. De gemiddelde Nederlander reageert prima hoor, maar vooral op social media heb je er een paar bij zitten die vrij extreem zijn in hun mening. Daar heb ik niet zo veel mee.’

Uw spelers hiervoor beschermen is dat een uitdaging voor u?
‘Het is wel iets waar je mee bezig moet zijn. Toen ik hier binnenkwam heb ik met iedereen individueel gesproken en werd duidelijk dat veel jongens het echt wel moeilijk hadden met wat er op social media naar ze werd geroepen. Ik heb daarop meteen bij de club aangegeven dat we daar iemand voor moesten aantrekken, om daarover met de jongens in gesprek te gaan. Er is een gedragsconsulent aangesteld waar de spelers bij kunnen aankloppen, want uiteindelijk gaat voetbal ook om onder de hoogste druk bepaald gedrag vertonen. Dan moet je dingen dus kunnen handelen in je hoofd. Maar ook hier geldt weer: als het je vaker overkomt, kan je er beter mee omgaan.’

Het functioneert ook omgekeerd: als alles goed verloopt, kan er snel een hype in de media ontstaan. Eerder hebben we het gezien bij Luciano Valente en Stije Resink, en zoals nu bij Dies Janse.
'En dan is het weer zaak om spelers een beetje aan de jas te trekken om nuchter te blijven. Als je geluk hebt, hebben die spelers een goede omgeving en een goede zaakwaarnemer, maar daar kunnen wij als club ook een rol in spelen. Ik moet wel zeggen dat de jongens waar het nu over gaat er erg goed mee om kunnen gaan.'

Is Dies Janse echt zo goed?
'Heel goed, ik vind Dies een ongelooflijke klasbak. Ik heb met veel goede spelers mogen werken en Dies past daar absoluut bij. Als je op je negentiende hier binnenkomt en vanaf dag één, wat voor hem PSV-uit was, laat zien wat je kunt, dan heb je wel wat in je mars. Dies heeft zich door het jaar heen ook heel goed ontwikkeld en vertoont gedrag wat uitstekend past bij het beste uit jezelf willen halen: dag in, dag uit, en vooral dat laatste is cruciaal. Dies is bijna nooit tevreden en wil altijd meer. Voor mij is hij een potentiële topspeler. Die zijn we volgend jaar natuurlijk wel kwijt, ja.'

U hoopt een andere huurling Tygo Land te behouden voor FC Groningen.
'Het zou mooi zijn als we Tygo nog een jaar zouden kunnen huren, ook omdat ik vind dat Tygo dat nog echt nodig heeft. Wat dat betreft ben ik misschien een beetje een atypische trainer: als ik vind dat een speler klaar is voor een volgende stap, dan zeg ik dat ook, ook al is dat niet in mijn eigen belang. Dat heb ik vorig jaar ook bij Luciano Valente gezegd, voor hem was het tijd om naar een topclub te gaan. Maar bij PSV is de concurrentie op het middenveld moordend en Tygo heeft in mijn ogen nog wel wat stapjes te zetten. Dat kan heel goed bij ons. Ook bij een andere club trouwens, laat dat duidelijk zijn, maar ik zou Tygo niet aanbevelen om nu al terug te gaan naar PSV. Die jongen moet spelen.'

Bent u bezorgd over het komende seizoen? Drie basisspelers zijn huurlingen; één van hen heeft een contract dat afloopt en de andere hebben een duidelijke vertrekwens.
'Met dat laatste kan ik niet zo veel. Ik begrijp dat spelers een stap willen maken, maar of dat ook gaat gebeuren, moet nog blijken. Dus zorgen, nee; ook omdat ik heel veel vertrouwen heb in de mensen met wie ik werk. Aan het begin van dit seizoen zeiden de mensen tegen mij in de supermarkt, en dat is wel een aardige graadmeter: "Valente weg, Kwakman weg, Ekdal weg en Bacuna weg, wat moet dat nou worden? We mogen blij zijn als we minimaal hetzelfde kunnen halen". Maar de selectie is goed versterkt en nu staan we in de play-offs. Er mag wel wat vertrouwen zijn in wat we doen: op het veld, maar ook daarbuiten, met onze technisch directeur en onze scouting. Ik ben ervan overtuigd dat we ook komend seizoen weer een goed elftal op de been krijgen. Wij zullen voor deze play-offs niet de topfavoriet zijn, terwijl er jaren zijn geweest dat we dat wél waren. Dáár wil ik weer naartoe'

In uw ogen is de top nog niet bereikt, kunt u uitleggen waar de groei nog in zit?
‘Zoals ik naar FC Groningen kijk moet de club een structurele bespeler van de play-offs zijn. Dat zijn we nu nog niet, dus daar kunnen we nog naartoe werken. Nu hebben we het ticket op de laatste speeldag gepakt; dat heb je natuurlijk liever sneller voor elkaar. En wij zullen voor deze play-offs ook niet de topfavoriet zijn, terwijl er jaren zijn geweest dat we dat wél waren. Dáár wil ik weer naartoe. Ik vind dat wij als club ons jaarlijks moeten gaan bemoeien met de plekken zes, zeven en acht.’

Wilt u weten of uw aanpak zou passen bij een topclub?
‘Daar ben ik zeker benieuwd naar, ja.’

Hoewel FC Groningen uitstekend presteert, wordt uw naam zelden verbonden met een Ajax, PSV of Feyenoord wanneer er een openstaande vacature beschikbaar komt. Is het frustrerend?
‘Frustratie is een redelijk verloren emotie, gelukkig slaag ik er wel in om die emotie uit mijn systeem te houden. Op het moment dat je trainer wordt wil je in no time bondscoach zijn, maar ik heb onderweg wel geleerd dat ik me gewoon moet richten op mijn eigen ontwikkeling en dat je dan afhankelijk bent van hoe andere mensen naar je kijken. Ik denk dat ik iets kan geven aan een club en aan een team, maar of andere mensen dat zien: daar heb ik geen invloed op en kan ik me dus niet zo druk over maken, als ik eerlijk ben. Het is wel bepalend voor een eventuele vervolgstap, ja, maar dat ligt nu eenmaal niet in mijn handen. Ik probeer mijn ploeg gewoon op een herkenbare manier te laten spelen en mijn visie te verkopen.’

Beeldvorming is eveneens van belang. Misschien beschouwen mensen u als de coach die uitsluitend in het noorden van het land wil werken.
'Dat kan ik hier wel even wegnemen, want toen ik trainer werd, wist ik dat ik misschien wel naar Timboektoe zou kunnen verhuizen. Dat is dus totaal geen issue, het is zeker niet zo dat ik aan het noorden vast zit. Werken in het buitenland lijkt me bijvoorbeeld heel mooi, mijn gezin en ik zien het als een mogelijke verrijking van het leven. Duitsland heb ik daarbij vaak genoemd, ja, maar dat moet geen dingetje worden: er zijn meerdere mooie landen en meerdere mooie clubs. Om daar te komen zou de meest logische vervolgstap misschien een vervolgstap binnen Nederland zijn, maar dat moet dan wel op je pad komen. We zullen het wel zien. Ik ben nu heel gelukkig bij FC Groningen.'

U hebt in drie jaar wel iets neergezet kunt u daar trots op zijn?
‘Ja.’ (Korte stilte) ‘Ik vind het lastig om dit zo uit te spreken, dat is misschien wel een verbeterpunt voor mij. Ik krijg wel vaker de vraag of ik tevreden ben, maar dan ben ik in mijn hoofd direct bezig met: Wat doet het met mijn spelers als ik hier bevestigend op antwoord? Taal is een machtig wapen en ik probeer altijd de juiste snaar te raken bij mijn spelers, dus welke boodschap verstuur ik als ik zeg dat ik tevreden ben? Daarbij bén ik ook niet snel tevreden, wil ik altijd meer en beter, maar dat neemt niet weg dat ik hartstikke trots ben op wat we hier met elkaar aan het doen zijn. Drie jaar geleden lagen we redelijk op onze rug, hadden we geen verbinding meer met het publiek en was het stadion halfleeg; nu spelen we iedere thuiswedstrijd voor een bomvolle Euroborg, herkennen de mensen zich in onze speelstijl, ontwikkelen spelers zich goed en hebben we een hele plezierige manier van werken met elkaar gecreëerd. Van de ploegen waarmee wij twee jaar geleden promoveerden keerde er één direct terug naar de KKD en is de ander dit seizoen gedegradeerd, terwijl wij in de play-offs staan. Dat we laatst een fluitconcert kregen omdat het bij rust 1-1 stond tegen Excelsior, is misschien wel het mooiste compliment dat we konden krijgen. De mensen vinden het weer normaal dat je thuis van Excelsior wint, en dat hoort ook bij deze club, maar dat was het een tijdje niet. Je moet niet altijd terugkijken, maar we moeten ook niet vergeten waar we vandaan komen. Dat we staan waar we nu staan, geeft me absoluut een hele hoop voldoening. Plus de bevestiging dat we op de goede weg zijn met elkaar.’