Fan van F.C. Groningen
Nieuws

Zondag een treffen tussen de clubs met meest zelf opgeleide spelers.

AZ en FC Groningen behoren al jaren tot de VriendenLoterij Eredivisie-clubs die zelfopgeleide spelers de meeste speelminuten geven. Ook dit seizoen voeren ze de ranglijst aan: bij beide clubs gaat meer dan de helft van alle minuten naar de eigen jeugd.

Zondag treffen de twee elkaar in Alkmaar in de battle of the youth. ESPN neemt de kweekvijvers onder de loep en spreekt met Byron Bakker, hoofd jeugdopleiding van FC Groningen, over de ontwikkeling van de Groningse opleiding. Geduld speelt daarin een belangrijke rol: volgens Bakker is FC Groningen bij uitstek een geduldige club.

Vergelijking met AZ
AZ en FC Groningen worden vaak met elkaar vergeleken. Bakker vindt dat mooi, maar benadrukt dat de clubs op veel punten verschillen. Zo heeft FC Groningen een heel ander verzorgingsgebied. Alleen al de bevolkingsdichtheid maakt het noorden en het westen moeilijk vergelijkbaar: in Groningen is de vijver met potentiële voetbaltalenten een stuk kleiner.
Daar staat tegenover dat AZ in de eigen regio meer concurrentie heeft van andere betaaldvoetbalorganisaties op Eredivisie-niveau. Volgens Bakker weegt dat echter niet op tegen de uitdagingen van een dunbevolkt verzorgingsgebied.

Toch hebben de clubs iets belangrijks gemeen: beide vielen uit nood terug op de eigen jeugd. Bij FC Groningen gebeurde dat na de degradatie in 2023, maar daarover later meer. Bij AZ kwam het keerpunt eerder, met het faillissement van hoofdsponsor DSB Bank in 2009. Waar de club voorheen sterk leunde op kapitaalkrachtige geldschieters en miljoeneninvesteringen in spelers, dwong de financiële tegenslag AZ om een andere koers te varen. Het opleiden van eigen talent werd steeds belangrijker. Die strategische keuze legde de basis voor de verdere professionalisering van de jeugdopleiding, die inmiddels wereldwijd wordt geroemd.

Wat AZ volgens Bakker onderscheidt, is hoe vanzelfsprekend opleiden binnen de club is geworden. Ook FC Groningen heeft de afgelopen jaren flinke stappen gezet om de jeugdopleiding stevig in de club te verankeren, maar AZ houdt die koers al langer consequent vast. Bakker volgt dat met belangstelling, zonder de eigen situatie uit het oog te verliezen. Met een ander verzorgingsgebied, andere mogelijkheden en andere uitdagingen moet FC Groningen vooral vanuit de eigen kracht blijven ontwikkelen.

AZ heeft op een aantal terreinen meer mogelijkheden en heeft daar volgens Bakker bewust keuzes in gemaakt. Dat gaat niet alleen om de beschikbare middelen, maar ook om de manier waarop opleiden onderdeel is geworden van de totale clubstrategie. Daarvoor zijn consequent beleid en keuzes nodig die een club over een langere periode volhoudt. Bakker ziet daarin zeker lessen voor FC Groningen.

De cijfers
Die keuzes zijn ook dit seizoen duidelijk terug te zien in de cijfers. Een speler geldt in deze vergelijking als zelfopgeleid als hij in minstens één jeugdelftal van de club heeft gespeeld. Jong Ajax, Jong PSV, Jong AZ en Jong FC Utrecht tellen daarbij niet mee, omdat die teams in het betaald voetbal uitkomen.
Na elf speelronden hebben twaalf zelfopgeleide spelers van AZ samen 7.354 minuten gemaakt. In elf wedstrijden heeft een team in totaal 10.890 speelminuten te verdelen: 11 spelers × 11 wedstrijden × 90 minuten. Daarmee is de eigen jeugd goed voor 67,5 procent van alle AZ-minuten.

FC Groningen volgt met eveneens twaalf zelfopgeleide spelers, die gezamenlijk 5.821 minuten hebben gespeeld. Dat komt neer op 53,5 procent van het totaal. Beide clubs geven de eigen jeugd tot dusver nog meer speeltijd dan vorig seizoen, toen AZ op 42,2 procent uitkwam en FC Groningen op 40,4 procent.

De Nederlandse topclubs blijven dit seizoen ver achter: FC Twente komt uit op 32,0 procent, Ajax op 28,4 procent en Feyenoord op 12,7 procent. Bij FC Groningen is aanvoerder Thijmen Blokzijl de uitschieter: hij miste in elf wedstrijden geen minuut en staat daarmee op 990 speelminuten. Thom van Bergen (970) en Tika de Jonge (958) volgen. Bij AZ maken Lewis Schouten en Peer Koopmeiners (beiden 985) en Mexx Meerdink (922) de meeste minuten van alle jeugdproducten.

Degradatie
Vergeleken met AZ is de Groningse jeugdgolf van veel recentere datum. Niet dat eigen jeugd in Groningen ooit onbelangrijk was: de opleiding vormt al tientallen jaren de levensader van de club, aangevuld met slimme buitenlandse aankopen, vooral uit Scandinavië en Zuid-Amerika. Maar ook hier was nood de katalysator om volop op de eigen jeugd in te zetten: de degradatie in 2023.

Na de val naar de Keuken Kampioen Divisie moest de club financieel saneren en haar identiteit hervinden. Groningen koos voor een herkenbaar, jong team met veel regionale talenten, dat de club direct terugbracht naar de Eredivisie. In de Keuken Kampioen Divisie lag de lat wat lager om in het eerste elftal in te stromen. Maar ze deden niet alleen mee, ze hadden ook een beslissende rol in de terugkeer naar de Eredivisie. Ze waren dus goed genoeg en zijn dat nog steeds voor de plek waar wij nu staan. Die jongens kunnen wel wat.

Dat gaf de club vertrouwen in de eigen koers.
Het heeft zeker geholpen om samen nog sterker het gevoel te krijgen dat opleiden echt kan lonen en rendement kan opleveren. Niet alleen op het veld, maar uiteindelijk ook bij een verkoop, zoals die van Luciano Valente. Dat is wel een vliegwiel geweest. Valente groeide in de Keuken Kampioen Divisie uit van talent tot smaakmaker. In 2025 werd hij uitgeroepen tot Speler van het Jaar bij FC Groningen, waarna Feyenoord zo’n zeven miljoen euro voor hem neerlegde.

was niet de enige die dat seizoen opbloeide. Ook jeugdproducten Thom van Bergen, Jorg Schreuders, Wouter Prins, Tika de Jonge, Romano Postema en Leandro Bacuna waren belangrijke krachten op weg naar promotie. Zij zijn onderdeel geweest van een aantal grote veranderingen die mijn voorgangers al langer geleden hebben ingezet. We zijn veel planmatiger gaan werken, hebben flink geïnvesteerd in fysieke programma’s en onze faciliteiten verbeterd met het Topsport Zorgcentrum. Daardoor kunnen we veel meer aandacht besteden aan de fysieke ontwikkeling. We zijn professioneler gaan werken, meer gaan trainen en hebben leerlijnen opgezet.
Tegelijkertijd zijn we een heel geduldige club, benadrukt Bakker. We weten dat wat je bij een jongen van 13, 14 of 15 jaar ziet, nog niet altijd laat zien wat er uiteindelijk uitkomt.

Hoger instapniveau
Achteroverleunen doet de club niet. Wij zijn verre van aan het uitrusten. We werken hard om de volgende stappen te zetten, want we willen niet blijven teren op de jongens die er nu staan. Het gaat erom dat je over een langere periode spelers blijft afleveren. Denken dat we er al zijn, hetzelfde blijven doen en wachten tot de volgende spelers toevallig in het eerste elftal belanden: dat is de grootste valkuil. We kunnen niet blijven leunen op de successen uit het verleden. Dat geldt des te meer nu de ambities zijn gegroeid. Onze spelers moeten nog beter zijn om aan te kunnen haken bij het eerste elftal. We willen nu stabiel in het linkerrijtje spelen en misschien zelfs uitzicht hebben op Europees voetbal. Dan moet je op alle vlakken mee kunnen in de speelwijze die we voor ogen hebben: hoog druk zetten, met veel intensiteit en dynamiek. Dat vraagt om een hoger instapniveau dan voorheen.

Bij het aantrekken van jong talent helpt het dat Groningen genoeg succesvoorbeelden heeft. Dat helpt natuurlijk altijd. Mensen zien dat jeugdspelers hier kansen krijgen, maar uiteindelijk heb je ook een directie en een hoofdtrainer nodig die dat omarmen en die spelers een kans durven te geven. Wat dat betreft verdient Dick Lukkien, samen met zijn staf, een groot compliment. Voor beide clubs begon de keuze voor de eigen jeugd ooit als noodgreep, maar wat uit nood werd geboren, pakt voor allebei uitstekend uit. Zondag treffen de twee clubs met de meeste vissen uit eigen kweekvijver elkaar. Dan moet blijken wie de drie punten aan de haak slaat.